ASTD 2012, Denver. Marc Rosenberg start zijn sessie met een toelichting: hij zal aan de hand van 13 principes toelichten hoe e-learning te ontwikkelen zodanig dat men het ook daadwerkelijk wil gaan gebruiken. Hij start bij 1: “begin with the end in mind”. Wordt dit een lange zit van 13 ‘golden rules’ waarvan de eerste ook nog direct van Covey lijkt overgenomen? Ik vrees het ergste. Maar het tegendeel blijkt waar! Het wordt een inspirerende sessie met een hoog tempo. Ik probeer alles zo volledig mogelijk in me op te nemen. Maar achter elk principe lijkt een wereld van nieuwe inzichten schuil te gaan.
Zeker niet volledig, maar hier een selectie van een aantal van de genoemde principes, voor mij de meest interessante.
(1) Avoid shovelware
Het advies: biedt weerstand tegen de neiging om zoveel mogelijk in de e-learning te stoppen. In de praktijk gebeurt het tè vaak dat er meer en meer content in de e-learning wordt ‘gedumpt’, zonder rekening te houden met de kwaliteit van het uiteindelijke leermateriaal. “Please put all of this in an e-learning course” is een veel gehoorde wens. Relevante vragen om in dat geval (jezelf) te stellen, zijn:
- Is e-learning wel het juiste medium?
- Is de cursus die omgezet moet worden ‘any good’? Shit in is immers…. shit out!
- Maak je voldoende gebruik van de interactie-mogelijkheden van e-learning? De neiging om zoveel mogelijk in een e-learning training te stoppen kan er toe leiden dat de content zich beperkt tot omgezette Powerpoint slides. Dat brengt me overigens bij het tweede punt:
(2) If it’s boring, they’ll be ignoring
Focus op èchte interactiviteit. E-learning heeft dat nodig om effectief te zijn, om daadwerkelijk leren te realiseren. Leren is het resultaat van reflectie en het internaliseren van het geleerde. Goede interactiviteit stimuleert deze reflectie en maakt hierdoor leren mogelijk. “Interactivity works as it leads to internalization of content”.
(3) Less talking, more teaching
Een veelheid aan platte content is dus niet wat we willen. Maar wat is de juiste verhouding?
Rosenberg adviseert om bij het ontwerp uit te gaan van:
Explain: 50%
Exercise: 35%
Evaluatie: 15%
Relevante vragen om te stellen, zijn:
- Is de e-learning voldoende gebalanceerd qua verdeling explain-exercise-evaluate?
- Zijn er voldoende mogelijkheden voor oefenen? Dit hoeft overigens niet volledig online.
- Is de feedback bij het oefengedeelte robuust (specifiek) genoeg?
(4) Match strategy with learners’ experience levels
Het maakt voor het ontwerp van de e-learning uit of je te maken hebt met beginners of ervaren deelnemers of zelfs experts. Ze hebben ieder andere leerbehoeften.
Bij beginners kenmerkt de leerbehoeften zich over het algemeen door ‘show me how’, terwijl de meer ervaren deelnemers eerder de behoefte zullen hebben aan hulp bij het vinden van bepaalde kennis (‘help me find what I need’). De echte experts willen hun eigen leren vormgeven (‘I create my own learning’).
Je zult dus ook de (e-)learning hierop moeten aanpassen. Bij beginners ligt het bijvoorbeeld voor de hand om, vanwege hun waarschijnlijk sterk overlappende leerdoelstellingen, gebruik te maken van een ‘common curriculum’, standaard inhoud. Ook formeel leren, met relatief veel structuur past bij deze doelgroep. Echter, hoe meer ervaren iemand wordt op een bepaald gebied, hoe meer individuele leerbehoeften zullen verschillen. Om die reden past meer gepersonaliseerde content beter bij ervaren deelnemers. Daarnaast kun je het ontwerp voor de expert-groep meer baseren op informeel leren en samen leren (community-based). Met andere woorden; naarmate het ervaringsniveau stijgt, verschuift het didactisch ontwerp van aanbod gestuurd naar meer vraag gestuurd leren.
Overigens vraag ik me af of je niet altijd een vorm van vraag gestuurd leren moet inbouwen, ongeacht het ervaringsniveau. Oftewel, werkt puur aanbod gestuurd leren eigenlijk wel? Wat denk jij?
De bovenstaande punten gaan over het e-learning ontwerp op zich. Rosenberg benadrukt echter dat goede e-learning niet alleen gaat over een goed instructional design. De match met de organisatie, de bijdrage van de e-learning aan organisatie doelstellingen (value) en de bestaande ‘learning culture’ zijn minstens zo belangrijk. Veel van de 13 principes gaan dan ook juist daarover.
Nieuwsgierig geworden naar alle 13 principes? Download de handout hier.




